Hoe moeten zonnepanelen aangesloten worden?

De kabels van de zonnepanelen moet volgens de voorschriften (NEN1010) worden aangesloten in de meterkast. Om te voorkomen dat bij een kortsluiting alle stroom in het huis uitvalt, moet de zekering voor de zonnepanelen kleiner zijn dan die van de hoofdzekering van de netbeheerder (Coteq). De NEN1010 schrijft voor dat een gebruikersgroep altijd een factor 1.6 kleiner afgezekerd moet zijn dan de hoofdzekering. Dat is een wettelijke verplichting.

Als je zoveel zonnepanelen hebt dat de zekering van de groep voor de zonnepanelen gelijk of groter zou worden dan die van Coteq Netbeheer, doe dan het volgende:

  1. De zonnepanelen verdelen over meerdere kleinere omvormers die ieder op een aparte groep in de meterkast worden aangesloten. Op deze manier is het vermogen per omvormer lager, waardoor per groep een kleinere zekering nodig is. Let wel op dat de som van de vermogens kleiner moet zijn dan de capaciteit van de aansluiting.
  2. Het plaatsen van een iets kleinere omvormer die lager kan worden afgezekerd, ook wel curtailment of peaktrashing genoemd. Een kleinere omvormer is meestal ook goedkoper. Het nadeel van iets minder stroom produceren, valt weg tegen de lagere aanschafkosten.
  3. Een verzwaring aanvragen van de aansluiting.

Je installateur kan je hier verder over informeren.