Eigen energie opwekken en terugleveren aan de netwerken van Coteq

Particulier

Wilt u als particulier energie terugleveren? Volg dan de volgende stappen:

  1. Meld uw installatie aan op www.energieleveren.nl.
  2. U kunt de installatie nu in gebruik nemen. Uw installateur moet daarbij wel een aantal installatie-eisen in acht nemen.

Terugleveren? Alleen met de slimme meter

Wilt u energie terugleveren aan het net? Dan adviseren wij u een slimme meter te installeren. Een slimme meter heeft veel voordelen zoals aparte telwerken voor verbruik én voor teruglevering. Met een slimme meter kunt u precies zien hoeveel zelfgeproduceerde energie u teruglevert aan het net.
Tot en met 2020 bieden wij al onze klanten met een kleinverbruikaansluiting een slimme meter aan. U kunt wachten tot u hiervoor aan de beurt bent of u kunt een prioriteitsplaatsing voor de slimme meter aanvragen. Hiermee beschikt u binnen 3 maanden over een slimme meter. De kosten van de prioriteitsplaatsing krijgt u gecrediteerd na registratie van uw slimme meter op www.energieleveren.nl.

Meer informatie leest u op onze pagina over de Slimme meter

Geen slimme meter? Ook met een traditionele meter kunt u zelf duurzame energie opwekken. U kunt dit dan inzetten voor eigen gebruik, maar u kunt hiermee geen energie terugleveren aan het net. De traditionele meter is namelijk niet geijkt voor teruglevering (salderen).

Welke aansluiting nodig?

Beschikt u over een bestaande éénfase aansluiting, dan mag u een installatie tot 5,5kVA (25A) aansluiten. Dit houdt in dat u een éénfase omvormer tot 5,5 kVA kunt aansluiten op uw meterkast.

Bij een hoger vermogen is een driefasen-aansluiting noodzakelijk (in verband met een gelijkmatige belastingverdeling op het elektriciteitsnet). Hierbij wordt vrijwel altijd een driefasen-omvormer gebruikt om de zonnepanelen aan te sluiten op de meterkast.

Welke omvormer nodig?

Om de zonne-energie om te zetten in bruikbare stroom is een omvormer nodig die de gelijkstroom van de zonnepanelen omzet in wisselstroom. De grootte van de omvormer wordt bepaald door het vermogen van de zonnepanelen, uitgedrukt in watt piek.

Vaak wordt ervoor gekozen om een omvormer te gebruiken die minder vermogen heeft dan de zonnepanelen. Hiervoor zijn meerdere redenen:
Het maximale vermogen dat de zonnepanelen leveren onder test-condities wordt in de praktijk zelden gehaald. Dit komt onder andere door het weer, de temperatuur en de instraling van de zon.

Een omvormer heeft over het algemeen een hoger rendement naar mate deze meer belast wordt. Een kleinere omvormer zal dus effectiever zijn dan een grote omvormer. Een omvormer met een zwaarder vermogen is duurder. Het feit dat de zwaardere omvormer iets meer stroom zal produceren, weegt vaak niet op tegen de meerprijs van de omvormer.

Hoe aansluiten?

De kabels van de zonnepanelen moet volgens de voorschriften (NEN1010) worden aangesloten in de meterkast. Om te voorkomen dat bij een kortsluiting alle stroom in het huis uitvalt, moet de zekering voor de zonnepanelen kleiner zijn dan die van de hoofdzekering van de netbeheerder (Coteq). De NEN1010 schrijft voor dat een gebruikersgroep altijd een factor 1.6 kleiner afgezekerd moet zijn dan de hoofdzekering. Dat is een wettelijke verplichting. Als u zoveel zonnepanelen heeft dat de zekering van de groep voor de zonnepanelen gelijk of groter zou worden dan die van Coteq Netbeheer dan kunt u het volgende doen:

  1. De zonnepanelen verdelen over meerdere kleinere omvormers die ieder op een aparte groep in de meterkast worden aangesloten. Op deze manier is het vermogen per omvormer lager, waardoor per groep een kleinere zekering nodig is. Let wel op dat de som van de vermogens kleiner moet zijn dan de capaciteit van de aansluiting.
  2. Het plaatsen van een iets kleinere omvormer die lager kan worden afgezekerd, ook wel curtailment of peaktrashing genoemd. Een kleinere omvormer is meestal ook goedkoper. Het nadeel van iets minder stroom produceren, valt weg tegen de lagere aanschafkosten.
  3. Een verzwaring aanvragen van de aansluiting.